Middeleeuwse kerktoren Hillegersberg

In het najaar van 2020 onderzocht ik samen met Jacqueline de Graauw voor de gemeente Rotterdam de middeleeuwse toren van de Hillegondakerk in Hillegersberg.

De Hillegondakerk staat op een donk: een rivierduin uit de late ijstijd. Het eerste kerkje op deze locatie moet gesticht zijn tussen 993 en 1025 en was van hout. Tussen de tweede helft van de 12e eeuw en het eind van de 14e eeuw werd het houten kerkje vervangen door een bakstenen versie. Het betrof waarschijnlijk een kerkje van een beuk dat op enig moment werd verhoogd en van galmgaten voorzien met romano-gotiek vormgeving.

In 1426 werd de kerk verwoest en kort daarna herbouwd. De herbouwde kerk werd hoger en breder (driebeukig). De eiken houtconstructie op de derde en vierde verdieping en de spitsconstructie stammen nog uit deze laat-middeleeuwse bouwtijd.

In de 17e eeuw vonden verstevigingen van de toren plaats zoals het verzwaren van de steunberen. Tegen de westgevel van de toren kwam waarschijnlijk een eenlaagse aanbouw. Tot slot werd de oostmuur (in de kerk) verfraaid met een betimmering. In de periode 1733-1745 werden de galmborden en houten klokkenstoel vernieuwd. (Geen van beide is meer aanwezig.)

Eind 18e eeuw waren er weer constructieve problemen. Er werden verstevigingskruizen op de eerste en tweede verdieping aangebracht. Het metselwerk van de vierde verdieping werd waarschijnlijk geheel vervangen in IJsselsteen en kreeg grotere galmgaten. Mogelijk werd toen ook een doorgang op de begane grond in de zuidwand van de toren gemaakt, met een toog van IJsselsteen. Tot slot werd de insnoering van de spits in deze fase waarschijnlijk iets verhoogd.

In 1798 werd de kerktoren (net als andere kerktorens) geconfisqueerd door de nieuw opgericht Bataafse Republiek en is sindsdien altijd eigendom gebleven van de burgerlijke gemeente. Om onbekende reden ontbrak toen al enige tijd het onderste deel van de oostwand van de toren waardoor deze in directe verbinding met de kerk stond. In de toren werden rond 1810 zitplaatsen voor de plaatselijke overheid gemaakt met een fraai houten tongewelf erboven en een omlijsting met pilasters tegen de oostwand.

In 1909 werden de klokken opnieuw gegoten en in een nieuwe ijzeren klokkenstoel gehangen. Het dakbeschot en de leien werden vervangen. En de eenlaagse aanbouw tegen de westgevel werd gesloopt. Rond 1920 wilde men meer zitplaatsen in de kerk creëren door het orgel van het koor naar de toren te verplaatsen. Hiervoor moest het gat in de oostwand verhoogd worden en vanwege de aanschaf van een nieuw orgel kon dit niet in de toren geplaatst worden, maar moest het ervoor komen waardoor een orgel balkon aan de toren gehangen moest worden.

Bron: Beeldbank Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, 003880 en 093798.

In 1937 vertoonde de kerk en toren dusdanige gebreken dat een grote restauratie niet langer uit kon blijven. Restauratiearchitect Van der Kloot Meijburg maakte een plan, waarbij de kerk en toren weer “mooi” werden gemaakt. Er volgde een grondige restauratie waarbij enerzijds historiserend te werk werd gegaan, maar tegelijkertijd moderne materialen niet geschuwd werden. Zo werden de fundering en een aantal vloeren vernieuwd in beton en werd rond het gat in de oostwand een betonnen raamwerk aangebracht. De westgevel kreeg een rijk vormgegeven historiserende entree en op de begane grond werd een geheel nieuwe ontvangstruimte gemaakt in middeleeuwse sfeer. Het bestaande interieur van de toren (zitplaatsen en tongewelf) werden hiervoor gesloopt. Andere belangrijke wijzigingen waren het verkleinen van het orgelbalkon, het verhogen van de eerste en vierde verdiepingsvloer, het openen van de dichtgemetselde voormalig galmgaten op de derde verdieping en het vervangen van de leien op de spits.

In 1982 werd het orgel wederom vernieuwd, waarbij het oude front behouden bleef als sierfront. Het orgelbalkon moest hiervoor verlengt worden, waarvoor een stalen constructie in de bestaande pilasters werd aangebracht en consoles. In de jaren 1990 werd een doorgang gemaakt op de begane grond in noordwand. Tevens vonden conserverings-werkzaamheden aan het hout plaats in verband met aantasting door de bonte knaagkever.